Nieuws

14 juli

Lange Frans: “Ik ben altijd door het oog van de naald gekropen”

Libelle viert de zomer in Casa Libelle. Daar, in Zuid-Spanje, ontmoeten we vijf weken lang bijzondere BN’ers. Deze week: deel drie van de zomerinterviews, met rapper Lange Frans.

Iedereen mocht iemand meenemen. Jij koos voor Danielle en de kinderen. Waarom?
“Ik had ook in mijn eentje kunnen gaan. Maar de kinderen hadden vakantie en ik vond het niet eerlijk als ik in mijn eentje weg zou gaan.” Hij is even stil. Daarna: “We kunnen er lang of kort over praten, maar ik ben hier met de drie beste mensen uit mijn leven.”

Een paar jaar geleden werd bekend dat je verslaafd was. Dat kostte je zelfs je huwelijk. Vind je het moeilijk om gezond te leven en goed voor jezelf te zorgen?
“Nee. Al heb ik de afgelopen jaren minder gezond geleefd. Ik zat niet goed in mijn vel. Het is heel simpel. Als je goed uitgerust bent, gezond eet en je denkt een beetje na, je bent relaxed en ontspannen, kom je het best tot je recht.”

Hoe gaat het nu met je?
“Ik zit nu in mijn vierde maand niet drinken. Mag ik dat zeggen?” Hij kijkt naar Danielle. “Ik zit te denken of ik al op vier maanden zit.”
Danielle: “Volgens mij niet.”
Frans: “Hoe lang dan?”
Danielle: “Een maand of drie, denk ik.”

Je bent dus gestopt met drinken?
“Tegen de tijd dat dit in Libelle staat, zit ik op vier maanden. Ik werk in de horeca. Een van onze klappers van de avond is het liedje 22 baco. Het is best moeilijk. Je komt in een sfeer, iedereen heeft wat op. Soms moet ik acht keer tegen mensen zeggen: ‘Ik drink niet meer, je hoeft het ook niet meer te brengen.’ De mensen om me heen zorgen erg goed voor me wat dat betreft.” Ineens komt Willem binnen. Of we al klaar zijn met praten. “Nee”, zegt Frans. “Papa is nog niet klaar. Ik moet nog even praten.”

Frans kijkt even naar buiten. “Weet je? Ik drink nooit één drankje. Als we gaan drinken, gaan we drinken. Zo simpel is het. Ik sluit niet uit dat ik nooit meer een mooi wijntje bij het eten zal drinken. Maar ik heb wel de knop omgezet: als ik aan het werk ben, drink ik niet. Als de postbode zijn ronde gaat doen, drinkt-ie ook niet eerst drie baco’s voor hij zijn eerste pakketje levert. Dus waarom ik wel?”

Misschien omdat iedereen het doet?
“Ik ben met Thomas Berge op pad geweest. Hij is er in middels zes jaar vanaf. Drank, coke. Alles. Als je eens wist hoe het is om afhankelijk te zijn van middelen, wat een gevecht dat is om daar af te komen. Thomas heeft me ontzettend goed geholpen om scherp en alert en clean te blijven. In het begin was het heel moeilijk, maar op een gegeven moment is die hang naar alcohol en drugs uit je systeem. Je slaapt beter, wordt fris wakker. Ik heb momenten gehad, jaren, dat ik me het laatste halfuur van de terugrit niet meer kon herinneren. Dat ik gedronken had, drugs op had en met één hand aan het stuur een joint aan het draaien was. Niet chic. Ik ben altijd door oog van de naald gekropen. Nooit aangehouden. Nooit een ongeluk gemaakt, nooit fysiek iemand pijn gedaan.” Hij kijkt naar Danielle. “Emotioneel heb ik mensen wel pijn gedaan.”

Ze zijn allebei stil. Daarna zegt hij: “Het zit in mijn genen. Ik kan niet zo goed tegen drank. Ik houd geen maat. En overal in Nederland is wel een plek waar je gewoon aan de bar kunt gaan zitten en jezelf binnen een halfuur helemaal laveloos kunt drinken.”

Kennelijk functioneerde je toch niet helemaal goed.
“Ja, dat klopt.”

Want het heeft je je huwelijk met Danielle gekost.
“Ja.”

Ben je teleurgesteld over hoe het is gelopen?
Frans: “Nee hoor. We zijn hier toch met z’n allen?”

Misschien had je iets anders voor ogen. Je zei ooit: ik hoop dat het tussen Daan en mij meer wordt dan alleen de goede vrienden die we nu zijn.
“Ik sluit dat niet uit. Maar ik heb geen spijt. Het is wat het is. Mijn situatie had twintig keer slechter kunnen zijn. We kunnen nog steeds samen door één deur, gaan op vakantie met elkaar. Zijn betrokken bij elkaars leven.”
Danielle: “Hij kan van iets negatiefs iets positiefs maken.”
Frans: “Spijt is pas een interessant hoofdstuk als je een tijdmachine hebt. Dat je terug kunt gaan om iets te fiksen.”

Dat is rationeel. Maar je kunt ook spijt voelen.
“Ach.” Hij haalt zijn schouders op.

Heb je zo’n nuchtere opvoeding gehad?
“Mijn ouders lieten me heel vrij. Ik heb een broertje met wie ik weinig contact heb. Het is langer dan tien jaar geleden dat ik met mijn hele familie in een ruimte ben geweest. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik 25 was. Dat gebeurde op een moment dat ik met duizend dingen bezig was, maar niet met de relatie van mijn ouders. Het kwam compleet onverwacht. Daarna kregen mijn broer en ik een zakelijk conflict, waarin we allebei onze eigen keuzes hebben gemaakt. Recentelijk heb ik een balletje opgegooid om het contact te herstellen, maar ik heb het toch niet doorgezet. Terwijl iedereen er positief op reageerde. Ik dacht er even behoefte aan te hebben. Het is een rare situatie. Tot mijn twintigste ben ik met drie mensen heel close geweest en dan is dat ineens helemaal voorbij. Ik vind het heel jammer, want mijn ouders samen vond ik erg leuk. En de kleinkinderen hebben hen ook nog nooit samen gezien. Mijn moeder ziet ze wel, mijn vader af en toe. Mondjesmaat.”

Wat voor vader ben jij?
“Een lerende.” Hij zegt het lachend.
Danielle: “Hij is meer de oudere broer. Hij kan echt leuk spelen met Willem. En Danie is zijn kleine meissie.”
Frans: “En de volgende dag vergeet ik de kinderzitjes in de auto te zetten of de appels in de schooltas te doen. Zo’n vader ben ik ook. Ik hoop dat Willem en Danie later zeggen: mijn vader is er vaak. Ik ben overblijfpapa, ga mee naar turnles en schoolreisjes. Ik geniet heel erg van mijn kinderen.”

Meer Frans
Lees het hele interview met Lange Frans in Libelle 31, vrijdag 16 juli in de winkel.

< Terug